De uitspraak klinkt eenvoudig. Maar zodra we haar tot het bot onderzoeken, blijkt dat er veel meer achter zit dan alleen een historische vaststelling.
“Jezus was een Jood.”
Het is een zin die de laatste jaren steeds vaker wordt gebruikt in discussies over Israël, het jodendom en het christelijk geloof. Voor sommigen is de uitspraak vooral een historische constatering. Voor anderen wordt zij gebruikt als argument om te stellen dat christenen een bijzondere verbondenheid met het moderne Israël of het huidige jodendom zouden moeten erkennen.
Maar is dat werkelijk wat de Bijbel leert?
Of maken we van een feitelijke uitspraak een theologisch argument dat de Bijbel zelf niet maakt?
Ja, Jezus kwam uit Israël. Maar wat bewijst dat?
Dat Jezus uit het volk Israël voortkwam, staat buiten discussie. Zijn menselijke afkomst, Zijn geboorteplaats en Zijn omgeving plaatsen Hem in de geschiedenis van Israël.
Maar daarmee is de discussie niet voorbij.
Want de Bijbel maakt voortdurend onderscheid tussen afkomst naar het vlees en geloof in God.
Paulus spreekt bijvoorbeeld over:
1 Korinthe 10:18
STV:
“Aanschouwt Israël, dat naar het vlees is: zijn niet degenen, die de offeranden eten, met het altaar gemeenschap hebbende?”
KJV:
“Behold Israel after the flesh: are not they which eat of the sacrifices partakers of the altar?”
De Bijbel maakt hier dus zelf onderscheid tussen Israël naar het vlees en de geestelijke werkelijkheid.
Ook Paulus spreekt over zijn eigen volksgenoten als zijn verwanten:
Romeinen 9:3
STV:
“Want ik zou zelf wel wensen verbannen te zijn van Christus, voor mijn broederen, die mijn maagschap zijn, naar het vlees;”
KJV:
“For I could wish that myself were accursed from Christ for my brethren, my kinsmen according to the flesh:”
Dat onderscheid is cruciaal.
Want als “Jezus was een Jood” betekent dat Jezus daarom automatisch het huidige jodendom vertegenwoordigt, komen we onmiddellijk in problemen.
Jezus en het religieuze jodendom van Zijn tijd
In de evangeliën zien we namelijk dat Jezus regelmatig in conflict kwam met de religieuze leiders van Zijn tijd.
In Mattheüs 22 zien we bijvoorbeeld een discussie met de Sadduceeën over de opstanding.
Mattheüs 22:29
STV:
“Doch Jezus antwoordende, zeide tot hen: Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods.”
KJV:
“Jesus answered and said unto them, Ye do err, not knowing the scriptures, nor the power of God.”
Dat is opmerkelijk.
Jezus zegt tegen religieuze mensen die zich beroepen op de Schriften dat zij dwalen omdat zij de Schriften en de kracht van God niet kennen.
In Marcus 7 gaat Hij nog verder.
Markus 7:10-13
STV:
“Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder; en: Wie vader of moeder vloekt, die zal den dood sterven.
Maar gijlieden zegt: Zo een mens tot vader of moeder zegt: Het is korban, hetwelk is te zeggen: Een gave, die van mij u ten goede komen mocht; die voldoet;
En gij laat hem niet meer toe iets voor zijn vader of zijn moeder te doen;
Makende alzo het Woord Gods krachteloos door uw inzetting, die gij ingezet hebt; en vele dergelijke dingen doet gij.”
KJV:
“For Moses said, Honour thy father and thy mother; and, Whoso curseth father or mother, let him die the death:
But ye say, If a man shall say to his father or mother, It is Corban, that is to say, a gift, by whatsoever thou mightest be profited by me; he shall be free.
And ye suffer him no more to do ought for his father or his mother;
Making the word of God of none effect through your tradition, which ye have delivered: and many such like things do ye.”
Dat betekent niet dat Jezus tegen ieder Joods persoon was.
Integendeel.
Zijn eerste discipelen waren Joden. Ook veel van de eerste gelovigen in Christus waren Joden.
Maar hun geloof in Christus betekende juist dat zij Jezus volgden.
De eerste discipelen werden uiteindelijk christenen genoemd.
Handelingen 11:26
STV:
“En het geschiedde, dat zij een geheel jaar te zamen vergaderden in de Gemeente, en een grote schare leerden; en dat de discipelen eerst te Antiochië Christenen genaamd werden.”
KJV:
“And when he had found him, he brought him unto Antioch. And it came to pass, that a whole year they assembled themselves with the church, and taught much people. And the disciples were called Christians first in Antioch.”
Daarmee ontstaat een belangrijk onderscheid:
Etnische afkomst is niet hetzelfde als religieuze identiteit.
Iemand kan etnisch Joods zijn en in Jezus Christus geloven. Iemand kan ook Joods zijn naar afkomst en Jezus als Messias verwerpen.
Het ene bepaalt niet automatisch het andere.
“Jezus was een Jood” kan dus niet het einde van de discussie zijn
In Johannes 8 wordt dit bijzonder scherp zichtbaar.
Jezus spreekt daar met mensen die zich beroepen op hun afkomst van Abraham.
Hun argument is in feite:
“Wij zijn Abrahams zaad.”
Maar Jezus laat zien dat lichamelijke afkomst op zichzelf geen garantie geeft op geestelijke waarheid.
Johannes 8:39-42
STV:
“Zij antwoordden, en zeiden tot Hem: Abraham is onze vader. Jezus zeide tot hen: Indien gij Abrahams kinderen waart, zo zoudt gij de werken van Abraham doen.
Maar nu zoekt gij Mij te doden, een Mens, Die u de waarheid gesproken heb, welke Ik van God gehoord heb; dat heeft Abraham niet gedaan.
Gij doet de werken uws vaders. Zij zeiden dan tot Hem: Wij zijn niet geboren uit hoererij; wij hebben één Vader, namelijk God.
Jezus zeide tot hen: Indien God uw Vader ware, zo zoudt gij Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan en gekomen; want Ik ben ook van Mijzelven niet gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden.”
KJV:
“They answered and said unto him, Abraham is our father. Jesus saith unto them, If ye were Abraham's children, ye would do the works of Abraham.
But now ye seek to kill me, a man that hath told you the truth, which I have heard of God: this did not Abraham.
Ye do the deeds of your father. Then said they to him, We be not born of fornication; we have one Father, even God.
Jesus said unto them, If God were your Father, ye would love me: for I proceeded forth and came from God; neither came I of myself, but he sent me.”
De boodschap is duidelijk:
Afkomst alleen redt niemand.
Dat is precies de reden waarom de uitspraak “Jezus was een Jood” zorgvuldig moet worden gebruikt.
Als iemand daarmee alleen zegt dat Jezus historisch uit het volk Israël voortkwam, is daar niets vreemds aan.
Maar als de uitspraak wordt gebruikt om daaruit te concluderen dat het moderne jodendom daarom automatisch dezelfde geestelijke positie heeft als Jezus, dan is dat een heel andere bewering.
En die moet vanuit de Bijbel worden bewezen.
Jezus was niet zomaar een religieuze Jood
Er is nog iets veel belangrijkers.
Jezus presenteerde Zichzelf niet slechts als een Joodse leraar binnen een bestaande religie.
In Johannes 8 zegt Hij:
Johannes 8:58
STV:
“Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik.”
KJV:
“Jesus said unto them, Verily, verily, I say unto you, Before Abraham was, I am.”
Dat is een uitspraak die veel verder gaat dan afkomst.
Johannes begint zijn evangelie zelfs met:
Johannes 1:1-3
STV:
“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
Dit was in den beginne bij God.
Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.”
KJV:
“In the beginning was the Word, and the Word was with God, and the Word was God.
The same was in the beginning with God.
All things were made by him; and without him was not any thing made that was made.”
En vervolgens:
Johannes 1:14
STV:
“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.”
KJV:
“And the Word was made flesh, and dwelt among us, (and we beheld his glory, the glory as of the only begotten of the Father,) full of grace and truth.”
De christelijke boodschap is daarom niet simpelweg dat Jezus een Joodse profeet was.
De boodschap is dat God Zich in Christus in het vlees heeft geopenbaard.
Daarom zegt Jezus niet alleen waar Hij vandaan komt.
Hij zegt ook Wie Hij is.
De vraag is dus niet alleen: “Was Jezus een Jood?”
De veel belangrijkere vraag is:
“Wat zei Jezus?”
Want het is opmerkelijk dat mensen soms enorm veel waarde hechten aan de afkomst van Jezus, maar veel minder aan Zijn eigen woorden.
Jezus zegt in:
Johannes 6:63
STV:
“De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.”
KJV:
“It is the spirit that quickeneth; the flesh profiteth nothing: the words that I speak unto you, they are spirit, and they are life.”
Dat is precies het probleem wanneer alles uitsluitend door het vlees wordt bekeken.
Jezus was menselijk gezien afkomstig uit Israël.
Maar Zijn identiteit wordt volgens het Nieuwe Testament niet beperkt tot Zijn menselijke afkomst.
Hij is de Christus.
De Zoon.
Het Woord dat vlees werd.
De Redder.
Wat moeten christenen dan met het jodendom?
Hier moeten we zorgvuldig zijn.
Het christendom hoeft Joden niet te haten, te verachten of als collectief verantwoordelijk te stellen voor alles wat in de geschiedenis is gebeurd.
Maar christenen hoeven ook niet te doen alsof het jodendom en het christelijk geloof automatisch hetzelfde zijn omdat Jezus uit Israël kwam.
Dat zijn twee verschillende zaken.
Jezus Zelf voerde scherpe discussies met religieuze leiders.
Zijn eerste volgelingen waren Joden die Jezus als Messias erkenden.
En Paulus beschrijft hoe sommige van zijn eigen volksgenoten Christus verwierpen en de christelijke gemeenten vervolgden.
1 Thessalonicenzen 2:14-16
STV:
“Want gij, broeders, zijt navolgers geworden der Gemeenten Gods, die in Judea zijn in Christus Jezus; omdat ook gij hetzelfde geleden hebt van uw eigen medeburgers, gelijk als zij van de Joden;
Die ook gedood hebben den Heere Jezus, en hun eigen profeten; en ons vervolgd hebben; en Gode niet behagen, en allen mensen tegen zijn;
Verbiedende ons, den heidenen te spreken, opdat zij zalig mochten worden; om alzo te allen tijd hun zonden te vervullen. En de toorn is over hen gekomen tot het einde.”
KJV:
“For ye, brethren, became followers of the churches of God which in Judaea are in Christ Jesus: for ye also have suffered like things of your own countrymen, even as they have of the Jews:
Who both killed the Lord Jesus, and their own prophets, and have persecuted us; and they please not God, and are contrary to all men:
Forbidding us to speak to the Gentiles that they might be saved, to fill up their sins alway: for the wrath is come upon them to the uttermost.”
Het conflict draaide uiteindelijk niet simpelweg om etniciteit.
Het draaide om Jezus Christus.
Wie is Hij?
Is Hij de Messias?
Is Hij de Zoon van God?
Is Hij werkelijk de enige weg tot de Vader?
Dat zijn de vragen waar het Nieuwe Testament voortdurend naar terugkeert.
Jezus was een Jood. En toch is Hij niet gekomen om ons naar het jodendom te brengen
Misschien is dat wel de belangrijkste conclusie.
Jezus was geen christen in de betekenis van iemand die zich aansloot bij een reeds bestaande christelijke religie.
Hij is de Christus waar het christelijk geloof zijn oorsprong aan ontleent.
Hij is niet het product van het christendom.
Het christendom is het gevolg van Wie Hij is.
Openbaring noemt Hem:
Openbaring 22:16
STV:
“Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden, om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het Geslacht Davids, de blinkende Morgenster.”
KJV:
“I Jesus have sent mine angel to testify unto you these things in the churches. I am the root and the offspring of David, and the bright and morning star.”
Hij is zowel de Wortel als het Geslacht van David.
Daarom moeten we oppassen wanneer we Jezus reduceren tot:
“een Joodse man uit het Midden-Oosten.”
Dat is historisch te klein en theologisch volstrekt onvoldoende.
De Bijbel presenteert Jezus als Degene door Wie alle dingen zijn gemaakt.
Dus: wat moeten wij met de term?
“Jezus was een Jood” is op zichzelf een historische uitspraak.
Maar het is geen complete theologie.
Het zegt iets over Zijn menselijke afkomst, maar niets automatisch over de geestelijke status van een moderne staat, een moderne religie of iedere persoon die zich vandaag Joods noemt.
En het zegt al helemaal niet dat christenen daarom kritiekloos iedere theologische of politieke claim over Israël moeten accepteren.
De christen moet uiteindelijk niet blijven steken bij het vlees.
Hij moet luisteren naar de woorden van Christus.
Want als wij werkelijk zoveel waarde hechten aan het feit dat Jezus uit Israël kwam, zouden we minstens zoveel aandacht moeten hebben voor wat Hij Zelf zei.
Niet alleen: “Jezus was een Jood.”
Maar vooral:
Wie was Jezus?
Wat leerde Hij?
Wie is Hij volgens Zijn eigen woorden?
En misschien is dát uiteindelijk de vraag die veel belangrijker is dan de uitspraak waarmee deze discussie begon.
Reacties