Romeinen 5:18 spreekt duidelijke taal
"Derhalve, gelijk het door één daad van overtreding voor alle mensen tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven" (Romeinen 5:18, NBG51).
Let op de opbouw van dit vers. Paulus trekt een parallel: zoals door Adam de veroordeling tot alle mensen gekomen is, zo komt door Christus de rechtvaardiging ten leven tot alle mensen. Tweemaal dezelfde woorden, in één en dezelfde zin.
Nu komt het opmerkelijke. Niemand — ook geen calvinist — betwist dat het eerste "alle mensen" werkelijk álle mensen betekent. Allen hebben immers gezondigd (Romeinen 3:23), de veroordeling door Adam raakt heel de mensheid. Maar zodra in dezelfde zin, in dezelfde parallel, het tweede "alle mensen" klinkt, zou het opeens niet meer over allen gaan, maar slechts over een beperkte groep uitverkorenen. Dat is volstrekt onlogisch. Je kunt niet in één adem zeggen: het eerste "allen" is echt allen, maar het tweede "allen" — hetzelfde woord, in dezelfde zin, in dezelfde vergelijking — betekent ineens "sommigen". Wie zo leest, laat niet de Schrift spreken, maar zijn eigen leer.
Schrift met Schrift, of Schrift met systeem?
En dat is precies wat er gebeurt. Romeinen 5:18 wordt in het calvinisme nooit uitgelegd met de Schrift zelf, maar met de eigen interpretatie van mensen. Er wordt niet gewezen op een ander Bijbelvers dat zou aantonen dat "alle mensen" hier iets anders betekent — dat vers bestaat namelijk niet. In plaats daarvan wordt het vers ingepast in een vooraf vaststaand systeem: omdat de leer zegt dat Christus alleen voor de uitverkorenen stierf, mag "alle mensen" niet alle mensen betekenen, en dus wordt het weggeredeneerd. Dat is de omgekeerde wereld: niet de leer wordt getoetst aan de Schrift, maar de Schrift wordt bijgebogen naar de leer.
De Bijbel zelf waarschuwt ons juist voor deze werkwijze: "Ziet toe, dat niemand u medeslepe door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus" (Kolossenzen 2:8, NBG51). Een leerstelsel dat berust op de overlevering en redeneringen van mensen — hoe eerbiedwaardig en oud ook — en niet op het duidelijke Woord van Christus, valt onder deze waarschuwing. We worden niet geroepen om Calvijn na te spreken, maar om Christus na te volgen en Zijn Woord te laten staan zoals het er staat.
Conclusie
Voor wie is Jezus gestorven? De Schrift geeft zelf het antwoord, helder en zonder omwegen: voor alle mensen (de wereld Joh 3:16). Zoals de val van Adam allen raakte, zo geldt het offer van Christus allen. Dat het aanbod van genade voor ieder mens geldt, maakt Gods liefde niet kleiner maar juist groter — en het maakt de uitnodiging van het evangelie echt gemeend, voor iedereen die het hoort. Laten we ons niet laten meeslepen door de overlevering van mensen, maar vasthouden aan wat er staat: voor alle mensen, tot rechtvaardiging ten leven. Kies dan heden!