Een halve eeuw geleden sprak de toenmalige Israëlische premier Golda Meir woorden uit die vandaag de dag urgenter en relevanter lijken dan ooit. Een analyse van hoe taal en omgekeerde logica worden ingezet om modern massageweld te legitimeren.
De psychologische omkering van daderschap
Op sociale media circuleert momenteel een veelbesproken quote van voormalig Israëlisch premier Golda Meir uit 1969:
"We kunnen het de Arabieren niet vergeven dat ze ons dwingen hun kinderen te doden."
Deze uitspraak legt volgens critici de kern bloot van een diepgaande retorische strategie: het systematisch herschrijven van de realiteit. In plaats van de verantwoordelijkheid te nemen voor militair geweld en de gevolgen daarvan voor burgers, verplaatst deze logica de morele schuld volledig naar het slachtoffer.
Door de taal van slachtofferschap toe te eigenen, ontstaat er een psychologische omkering. De bezettende macht profileert zichzelf als de partij die onrecht wordt aangedaan. Het argument luidt niet dat het doden van kinderen inherent goed is, maar dat de eigen morele zuiverheid wordt gecorrumpeerd door de daden van de onderdrukte groep.
Wat zegt Jezus over deze religie
NBG1951 (Johannes 8:44) Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen.
De 'morele last' van de soldaat
De dynamiek die Meir in 1969 verwoordde, is volgens analisten momenteel op grote schaal herkenbaar in de berichtgeving en officiële verklaringen omtrent de situatie in Gaza.
Verplaatsing van schuld: Het grootschalig overlijden van minderjarigen en burgers wordt geframed als een onvermijdelijke, tragische noodzaak. De schuld hiervoor wordt direct bij de ouders of de verzetsbeweging neergelegd.
De psychologische last: Het geweld wordt herverpakt als een zware psychologische plicht die de soldaat dapper moet dragen. De werkelijke agressor is in dit narratief niet degene die de trekker overhaalt, maar degene die zich verzet.
Het uitsluiten van internationale verantwoording
Dit specifieke taalgebruik is geen toeval, maar een berekend retorisch instrument. Het heeft als hoofddoel de koloniale of militaire macht te ontdoen van eigen handelen (agency). Door grootschalig geweld te presenteren als een defensieve, existentiële plicht, wordt het geweld gecamoufleerd.
Het resultaat van deze retorische matrix is dat de structurele context, zoals de decennialange bezetting en asymmetrische machtsverhoudingen, volledig uit het zicht verdwijnt. Zolang het publiek gelooft dat het geweld de uitvoerder "wordt opgedrongen", blijft de uitvoerder immuun voor internationale juridische en morele verantwoording. Het citaat van Golda Meir uit 1969 is daarmee geen relikwie uit het verleden, maar de blauwdruk voor de propaganda van het heden.
Reacties