In de hedendaagse theologie – en met name binnen de zogenaamde bedelingenleer (dispensationalisme) – wordt veelal geleerd dat de Bijbel zeven grote verbonden kent. Wie de Heilige Schrift er echter met een open vizier op naslaat, ziet dat er geen zeven verbonden hard te maken zijn. Er zijn vijf specifieke, bijbelse verbonden die de rode draad vormen van Gods heilsplan van Genesis tot Openbaring.

Het vasthouden aan zeven verbonden komt voort uit de noodzaak binnen de bedelingenleer om de Bijbel op te splitsen in kunstmatige tijdperken, teneinde een afzonderlijk, aards herstelverbond voor het vleselijke Israël te construeren. De Bijbel laat echter een heel ander beeld zien: een goddelijk heilsplan waarin Gods genade, beloften en redding door geloof naadloos op elkaar aansluiten.

1. Het Fundamentele Verschil: Gebod vs. Verbond

De supporters van de zeven-verbondenleer rekenen situaties zoals de staat van Adam in het Hof van Eden (het "Edenische verbond") als een officieel verbond. Hier wordt een cruciale theologische fout gemaakt: een gebod is geen verbond.

Wanneer God tegen Adam zegt dat hij niet van de boom van kennis van goed en kwaad mag eten, is dat een instructie of gebod. Als elk gebod een verbond zou zijn, zou men de Tien Geboden ook als tien losse verbonden moeten tellen. Het kunstmatig ophogen van het aantal verbonden dient enkel om de Bijbel in zeven bedelingen te passen.

Eenzijdige vs. Tweezijdige Verbonden

Bij het bestuderen van de bijbelse verbonden is het essentieel om het onderscheid te begrijpen tussen:

  • Een eenzijdig (onvoorwaardelijk) verbond: God legt de belofte vast en neemt de verplichting op Zich. De mens hoeft geen tegenprestatie te leveren om het verbond in stand te houden.

  • Een tweezijdig (voorwaardelijk) verbond: Beide partijen gaan verplichtingen aan ("Als gij mijn stem gehoorzaamt, dan...").

Van de vijf bijbelse verbonden is er slechts één tweezijdig (het Mozaïsche verbond). De overige vier zijn eenzijdige beloften van God.

2. De Vijf Bijbelse Verbonden


Waarom de Bijbel 5 Verbonden Telt (en Geen 7)3

1. Het Verbond met Noach (Eenzijdig)

Na de zondvloed sluit God een eeuwig verbond met Noach, zijn nageslacht en alle levende wezens op aarde.

"En Ik, zie, Ik richt Mijn verbond op met u, en met uw zaad na u; En met alle levende ziel, die met u is..."

Genesis 9:9-10 (Statenvertaling)

God belooft dat de aarde nooit meer door water zal worden verdelgd. Het teken hiervan is de regenboog. Omdat dit verbond ook met dieren is gesloten, is het overduidelijk dat een verbond niet automatisch een "methode van redding" is (dieren hebben immers geen reddingsplan nodig). Het toont Gods algemene genade en Zijn soevereine beheer over de schepping.

2. Het Verbond met Abraham (Eenzijdig)

God belooft aan Abraham een nageslacht en een erfdeel. De rechtvaardiging van Abraham vond plaats op basis van geloof alleen, ruim voordat de besnijdenis of de wet werd gegeven.

"En hij geloofde in den HEERE; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid."

Genesis 15:6 (Statenvertaling)

Toen het verbond formeel werd bekrachtigd in Genesis 15, viel Abraham in een diepe slaap. God alleen (voorgesteld door de rokende oven en de vurige fakkel) ging tussen de offerstukken door. Abraham hoefde het contract niet te ondertekenen; God garandeerde de belofte eenzijdig.

3. Het Verbond met Mozes bij Sinaï (Tweezijdig)

Dit is het enige tweezijdige en tijdelijke verbond. God gaf de wet, de ceremoniële voorschriften en de voorwaarden voor het wonen in het land Kanan.

"Nu dan, indien gij vlijtig Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn;"

Exodus 19:5 (Statenvertaling)

Het volk antwoordde dat het alles zou doen. Israël faalde echter in het houden van dit verbond, waardoor de vloek van de wet over hen kwam. Het Mozaïsche verbond diende als een tuchtmeester om de mens te wijzen op zonde en de noodzaak van Christus.

4. Het Verbond met David (Eenzijdig)

God belooft aan koning David dat zijn troon en koninkrijk voor eeuwig stand zullen houden door zijn Nageslacht.

"Uw huis nu, en uw koninkrijk zal voor uw aangezicht eeuwiglijk bevestigd worden; uw troon zal eeuwiglijk vaststaan."

2 Samüel 7:16 (Statenvertaling)

Dit verbond wijst rechtstreeks naar Jezus Christus, de Zoon van David, Die zit op de troon en Wiens Koninkrijk geen einde zal hebben.

5. Het Nieuwe Verbond (Eenzijdig)

Het Nieuwe Verbond, aangekondigd door de profeten en bekrachtigd door het bloed van Jezus Christus op Golgotha, vervult en vervangt het oude Sinaï-verbond.

"Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb..."

Jeremia 31:31-32 (Statenvertaling)

In dit verbond schrijft God Zijn wetten in het hart en de zinnen van de gelovigen. Het geeft vergeving van zonden en eeuwig leven aan eenieder die gelooft — Jood én heiden verenigd in één lichaam.

3. De Rode Draad: Het Eeuwige Evangelie

De misvatting van de bedelingenleer is dat God in verschillende tijdperken verschillende manieren van redding hanteerde (zoals redding door werken onder de Wet van Mozes). De Bijbel leert echter dat er altijd maar één weg tot redding is geweest: genade door geloof.

In Hebreeën 11 zien we dat de geloofshelden uit het Oude Testament — zoals Noach, Abraham en Mozes — niet gerechtvaardigd werden door hun eigen werken, maar door hun geloof in de beloften van God.

"Door het geloof heeft Noach, van Goddelijke aanwijzing ontvangen hebbende van de dingen die nog niet gezien werden, vreesachtig geworden zijnde, de ark toebereid tot behoudenis van zijn huis..."

Hebreeën 11:7 (Statenvertaling)

De werken (zoals het bouwen van de ark) waren de vrucht van het geloof, niet de grond voor redding.

Conclusie

Het begrijpen van de vijf bijbelse verbonden legt het fundament voor een zuivere bijbelstudie. Het behoedt de gelovige voor de dwaalleer die het heilsplan van God opdeelt en een valse scheiding maakt binnen het volk van God. Van Genesis tot Openbaring loopt er één rode draad: Gods soevereine genade geopenbaard in Jezus Christus, de Borg van het betere en eeuwige verbond.