Een screenshot van een passage uit de
Talmud circuleert momenteel op sociale media en zorgt voor stevige discussies. In de afbeelding wordt verwezen naar traktaat
Bava Kamma 113b, waar een vertaling te zien is die stelt dat een Jood een “gentile” of “goy” zou mogen misleiden, behalve wanneer die persoon in Israël woont en zich houdt aan de zeven Noachidische wetten.
Volgens verschillende Joodse uitleggers moet de passage echter gelezen worden binnen de historische en juridische context van de Talmoed, een verzameling eeuwenoude rabbijnse discussies waarin vaak verschillende meningen, debatten en hypothetische rechtszaken naast elkaar staan. Moderne rabbijnen en Joodse organisaties benadrukken doorgaans dat bedrog en oneerlijkheid tegenover wie dan ook verboden zijn binnen het hedendaagse Jodendom.
NBG1951 (Mattheus 23:3) Alles dan, wat zij u ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat, maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen het wel, maar doen het niet. 4Zij binden zware lasten bijeen en leggen die op de schouders der mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren. 5Al hun werken doen zij om in het oog te lopen bij de mensen, want zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot,
Critici stellen dat verdedigers van zulke passages vaak aangeven dat de teksten “in historische en religieuze context” gelezen moeten worden. Zij vergelijken dat met discussies rond bepaalde verzen uit de Quran, waarbij moslimgeleerden eveneens benadrukken dat oorlogsteksten verbonden zijn aan specifieke historische omstandigheden en niet bedoeld zijn als algemene oproepen tot geweld. Tegenstanders vinden echter dat zulke contextuele verklaringen soms gebruikt worden om controversiële passages minder hard te laten overkomen, terwijl voorstanders zeggen dat oude religieuze teksten zonder context verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden.
Vertlaing:
Bava Kamma 113bDe William Davidson Talmud (Koren - Steinsaltz)
Rav Yosef zei: Het is niet moeilijk, want deze uitspraak die de rechtbank toestaat om een niet-Jood te bedriegen, is uitgevaardigd met betrekking tot een reguliere niet-Jood, terwijl dat vers, dat leert dat het verboden is om een niet-Jood te bedriegen, is gesteld met betrekking tot een niet-Jood die in Eretz Yisrael woont en de zeven Noahidische geboden naleeft [ger toshav].
De term “goy” betekent oorspronkelijk simpelweg “volk” of “natie” in het Hebreeuws, maar wordt in veel contexten gebruikt om niet Joden aan te duiden. Online leidt de passage regelmatig tot controverse, vooral wanneer losse citaten zonder bredere context worden gedeeld.
De zeven Noachidische wetten zijn volgens de Joodse traditie universele morele wetten die gelden voor alle volkeren. Ze omvatten onder andere verboden op moord, diefstal en afgoderij.
Bronnen
Reacties