AMSTERDAM – Een recent NRC-artikel over Maarten Luther heeft opnieuw discussie veroorzaakt over de beroemde reformator en zijn scherpe uitspraken over het Jodendom. Hoewel Luther vaak wordt beschuldigd van antisemitisme, wijzen sommige christelijke commentatoren erop dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen zijn theologische kritiek en zijn latere oproepen tot burgerlijke maatregelen tegen Joden.

Volgens deze visie was Luther in veel opzichten niet uniek in zijn kritiek op het ongeloof van religieuze leiders. Zijn argumentatie was grotendeels gebaseerd op Bijbelteksten waarin ook Jezus en de apostelen zeer scherpe woorden gebruikten tegen hen die de Messias verwierpen.

Jezus sprak eveneens zeer scherp


In het Evangelie van Johannes spreekt Jezus tegen een groep Joodse leiders die Zijn boodschap afwezen:

"Gijlieden zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geene waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zoo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen."

Johannes 8:44 (Statenvertaling)

Deze woorden behoren tot de scherpste uitspraken van Jezus in het Nieuwe Testament. Voorstanders van Luther stellen dat zijn kritiek op het rabbijnse Jodendom voortkwam uit dezelfde overtuiging: dat de afwijzing van Christus een ernstige geestelijke dwaling is.

Ook in Openbaring gebruikt de Heere Jezus krachtige taal:

"Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge des satans, dergenen die zeggen dat zij Joden zijn, en zijn het niet, maar liegen; zie, Ik zal maken, dat zij zullen komen en aanbidden voor uw voeten, en bekennen, dat Ik u liefheb."

Openbaring 3:9 (Statenvertaling)

Volgens deze interpretatie is het daarom historisch onjuist om elke kritiek op het Jodendom automatisch als haat tegen Joden te bestempelen. De Bijbel zelf bevat immers talrijke voorbeelden waarin religieuze dwaling scherp wordt veroordeeld.

Waar Luther volgens velen te ver ging


Toch erkennen ook veel verdedigers van Luther dat hij in zijn latere jaren uitspraken deed die moeilijk Bijbels te rechtvaardigen zijn. Zijn voorstellen om synagogen te sluiten, boeken te vernietigen en burgerlijke beperkingen op te leggen, gaan verder dan wat Christus en de apostelen onderwezen.

Hoewel Jezus Zijn tegenstanders soms uiterst scherp aansprak, riep Hij nooit op tot geweld tegen hen. Integendeel, Hij leerde:

"Hebt uw vijanden lief; zegent hen die u vervloeken; doet wel dengenen die u haten."

Mattheüs 5:44 (Statenvertaling)

De apostelen volgden dezelfde lijn. Zij bestreden dwaling met prediking, argumentatie en oproepen tot bekering, niet met dwang of geweld.

Theologische kritiek is niet hetzelfde als etnische haat


Het huidige debat draait daarom om een belangrijk onderscheid. Het Nieuwe Testament veroordeelt ongeloof, ongeacht of dat afkomstig is van Joden, heidenen of zelfs naamchristenen. De kritiek van Jezus richtte zich op geestelijke blindheid en afwijzing van Gods waarheid.

Vanuit dat perspectief stellen sommige christenen dat Luther terecht wees op de Bijbelse leer dat redding alleen door geloof in Jezus Christus komt. Waar hij echter opriep tot fysieke of politieke maatregelen tegen Joden, week hij volgens deze opvatting af van de geest van het Evangelie.

De discussie rond Luther blijft daardoor complex: zijn theologische kritiek op het afwijzen van Christus wordt door velen als Bijbels beschouwd, terwijl zijn voorstellen voor maatschappelijke en fysieke maatregelen door dezelfde christenen als onverenigbaar met de leer van Jezus worden afgewezen.

Bronnen en documentatie

NRC-artikel

NRC - Ook Maarten Luther ademde Jodenhaat in: hoe is het zover gekomen?

Encyclopaedia Britannica