Er wordt vandaag regelmatig verwezen naar Bijbelteksten over het land dat God aan Israël heeft beloofd. Daarbij wordt onder andere gewezen op het gebied van de Eufraat tot aan de zee en wordt dit gebruikt als Bijbelse onderbouwing voor een hedendaagse agenda rondom een zogenaamd “Greater Israel”.
Maar laten we eens doen wat christenen zouden moeten doen: de tekst lezen zoals hij er staat.
Niet alleen vers 24 eruit halen, maar ook vers 22, 23, 25, 26, 27 en 28.
God geeft het land, maar niet los van gehoorzaamheid
Deuteronomium 11:22-28 STV
22 Want indien gij deze ganse geboden, die ik u heden gebied, naarstiglijk zult houden, om die te doen; den HEERE, uw God, liefhebbende, in al Zijn wegen wandelende, en Hem aanhangende;
23 Zo zal de HEERE al deze volken voor uw aangezicht uit de bezitting verdrijven; en gij zult volken erfelijk bezitten, die groter en machtiger zijn dan gij.
24 Alle plaats, waar uw voetzool op treedt, zal de uwe zijn; van de woestijn en den Libanon, van de rivier, de rivier Frath, zelfs tot aan de uiterste zee, zal uw landpale zijn.
25 Niemand zal voor uw aangezicht bestaan; de HEERE, uw God, zal uw vrees en uw schrik op het ganse land leggen, waarop gij treden zult, gelijk als Hij tot u gesproken heeft.
26 Ziet, ik stel u heden voor, zegen en vloek:
27 Den zegen, wanneer gij horen zult naar de geboden van de HEERE, uw God, die ik u heden gebied;
28 Maar den vloek, wanneer gij niet horen zult naar de geboden van de HEERE, uw God, en afwijken zult van den weg, dien ik u heden gebied, om andere goden na te volgen, die gij niet gekend hebt.
De volgorde is hier ontzettend belangrijk.
Eerst: liefhebben van God.
Daarna: wandelen in Zijn wegen.
Daarna: Hem aanhangen.
Dan: God verdrijft de volken.
Dan: het grotere gebied wordt genoemd.
En vervolgens: God stelt opnieuw de keuze tussen zegen bij gehoorzaamheid en vloek bij ongehoorzaamheid.
Dus ja, de Bijbel spreekt daadwerkelijk over een gebied dat loopt van de rivier de Eufraat tot aan de uiterste zee.
Maar nee, deze tekst zegt niet:
“Neem dit gebied wanneer jullie dat zelf politiek, militair of nationaal kunnen bereiken.”
Het punt van de tekst is juist dat God het doet en dat Israël moet wandelen met God.
En daar ontstaat het probleem
Wanneer iemand vandaag zegt:
“God heeft Greater Israel beloofd, dus Israël heeft Bijbels gezien recht op dat volledige gebied.”
dan moeten wij de eenvoudige vraag stellen:
Waar in Deuteronomium staat dat deze belofte losgemaakt kan worden van de gehoorzaamheid en relatie met God die er onmiddellijk bij worden genoemd?
Dat staat er niet.
De tekst zegt niet alleen:
“van de rivier de Eufraat tot aan de uiterste zee.”
De tekst zegt eerst:
“den HEERE, uw God, liefhebbende, in al Zijn wegen wandelende, en Hem aanhangende.”
Dat kun je niet uit de passage knippen.
En dan komen we bij het Nieuwe Testament
Voor een christen is dit nog belangrijker.
De vraag is namelijk niet alleen:
“Wat zegt de Tenach over Israël?”
De vraag is ook:
“Wat zegt het Nieuwe Testament over de relatie met God?”
Johannes maakt daar geen ingewikkeld verhaal van.
1 Johannes 2:23 STV
“Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet; die den Zoon belijdt, heeft ook den Vader.”
En in de KJV:
“Whosoever denieth the Son, the same hath not the Father: but he that acknowledgeth the Son hath the Father also.”
Dat is nogal duidelijk.
Je kunt dus niet eenvoudig zeggen:
“Het moderne Jodendom heeft dezelfde relatie met de Vader als het christelijk geloof, want zij hebben Abraham, Mozes en de Thora.”
Het Nieuwe Testament legt juist een beslissende verbinding tussen de Vader en de Zoon.
Wie de Zoon verwerpt, heeft volgens Johannes ook de Vader niet.
Dat is geen politieke uitspraak.
Dat is een christologische uitspraak.
Daarom moeten wij twee dingen uit elkaar houden
Er is een verschil tussen:
1. Wat God in de Schrift aan Israël heeft beloofd.
en
2. De vraag of een hedendaagse politieke agenda automatisch gelijkgesteld mag worden aan Gods handelen.
Dat tweede volgt niet automatisch uit het eerste.
De Bijbel geeft ons geen vrijbrief om iedere moderne territoriale claim simpelweg te voorzien van het stempel:
“God wil dit.”
Daarvoor moet eerst worden aangetoond dat de betreffende Bijbelse belofte inderdaad rechtstreeks en zonder verdere voorwaarden op die moderne politieke agenda toegepast mag worden.
En Deuteronomium 11 maakt juist duidelijk dat gehoorzaamheid aan God onderdeel van de boodschap is.
Dus wat betekent “Greater Israel” dan?
Als iemand beweert:
“God heeft ons dit gebied gegeven, daarom mogen wij het opeisen.”
dan is het Bijbelse antwoord:
Laat de hele tekst spreken.
God zegt niet alleen waar de grens ligt.
God zegt ook wie het land geeft, onder welke voorwaarden Israël moet wandelen en wat er gebeurt wanneer men van Zijn weg afwijkt.
En voor christenen komt daar nog iets bovenop:
Jezus Christus kan niet buiten beschouwing worden gelaten.
1 Johannes 2:23 laat zien hoe fundamenteel de Zoon is voor het hebben van de Vader.
Daarom is de vraag uiteindelijk niet:
“Hoe groot kan Israël worden?”
maar:
“Wat zegt God Zelf hierover, en durven wij de hele tekst te laten staan?”
Want als wij alleen “van de rivier tot aan de zee” citeren en de woorden “liefhebbende... in al Zijn wegen wandelende, en Hem aanhangende” overslaan, dan gebruiken wij de Bijbel niet meer om onze agenda te toetsen.
Dan gebruiken wij de Bijbel om onze agenda te rechtvaardigen.
En dat zijn twee heel verschillende dingen.
Reacties