In de Verenigde Staten woedt het maatschappelijke debat over de bescherming van het ongeboren leven weer in volle hevigheid. Met het aannemen van verregaande wetgeving in progressieve Amerikaanse staten — waarin restricties op abortus tot aan de geboorte zijn geschrapt — klinkt vanuit christelijke hoek een luide en felle roep van verontwaardiging. Gelovigen, predikanten en pro-life organisaties noemen de ontwikkeling een rechtstreekse aantasting van de heiligheid van het menselijk leven en een grove overtreding van Goddelijke geboden.

Waar de afgelopen jaren in verschillende delen van Amerika sprake was van het aanscherpen van de bescherming van het ongeboren kind, kiezen staten als Massachusetts voor een tegenovergestelde koers. Door de wetgeving aan te passen, ligt de beslissing over het afbreken van de zwangerschap in de latere stadia uitsluitend bij de arts en de moeder. Dit opent juridisch de deur om zwangerschappen tot vlak voor de bevalling te beëindigen.

Fel protest vanuit de Bijbeltrouw gemeenschap

Voor Bijbelgetrouwe christenen is deze wetgeving onaanvaardbaar. Dat de overheid een bevoegdheid toe-eent die invloed heeft op het beëindigen van een voltooid menselijk leven in de moederschoot, wordt gezien als een morele grens die is overschreden.

"Het menselijk leven is geen medisch product of een menselijke keuze, maar een schepping van God. Het doden van een kind in de moederschoot — in welk stadium dan ook — gaat direct in tegen de orde die God in de Schepping heeft gelegd."

Wat zegt de Schrift? (Statenvertaling)

In het felle verzet vanuit de kerken staat de Bijbelse visie op het ontstaan van het leven centraal. De Heilige Schrift leert helder dat een mens geen toevallige samenvoeging van cellen is, maar dat de Heere God het leven zelf weft en dat de menselijke ziel vanaf de allereerste aanvang door God is gewild en gekend.

Het meest geciteerde Schriftgedeelte in deze discussie is Psalm 139:13-16 uit de Statenvertaling (STV):

"Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt. Ik loof U, omdat ik op een vreselijke, wonderbaarlijke wijze gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken, en mijn ziel weet dat zeer wel. Mijn beenderen waren voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben in de onderste delen der aarde. Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en in Uw boek waren zij alle geschreven, de dagen die geformeerd zouden worden, als nog geen van die was."

Hier beschrijft de psalmdichter hoe God Zelf de mens in de moederschoot "weeft" of "bedekt" en hoe het ongeboren kind ("de ongevormde klomp") al volledig bekend is bij de Schepper.

Ook het roepingsverhaal van de profeet Jeremia (1:5) onderstreept dat het menselijk leven al vóór de geboorte door God is gekend en toegewijd:

"Eer Ik u in den moederschoot vormde, heb Ik u gekend, en eer gij uit den buik voortkwamst, heb Ik u geheiligd..."

Een geestelijke strijd om de heiligheid van het leven

Volgens de christelijke pro-life beweging toont de nieuwe wetgeving aan hoe ver de maatschappij is afgedreven van God en Zijn Woord. Zij benadrukken dat het leven niet begint bij de eerste ademteug na de geboorte, maar dat God vanaf het moment van de conceptie een ziel schenkt aan de mens.

Terwijl de wetgevers spreken over "zorg" en "keuzevrijheid", blijven christelijke organisaties oproepen tot gebed, bezinning en protest. De boodschap blijft onveranderd: de mens heeft het recht niet om te beschikken over wat God in het verborgene heeft geweven.