Er wordt vandaag vaak gezegd: “Israël is Gods volk en Gods verbond met Israël is onvoorwaardelijk.”
Maar klopt dat eigenlijk wanneer we gewoon de Bijbel erbij pakken?
Kijk naar Deuteronomium 7:9 10.
Statenvertaling
Deuteronomium 7:9
Gij zult dan weten, dat de HEERE, uw God, die God is, die getrouwe God, Die het verbond en de weldadigheid houdt aan degenen, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden, tot in duizend geslachten.Deuteronomium 7:10
En dengene, die Hem haat, vergeldt Hij in zijn aangezicht, om hem te verdelgen; Hij zal niet vertoeven aan zijn hater, Hij zal het hem in zijn aangezicht vergelden.
King James Version
Deuteronomy 7:9
Know therefore that the LORD thy God, he is God, the faithful God, which keepeth covenant and mercy with them that love him and keep his commandments to a thousand generations;Deuteronomy 7:10
And repayeth them that hate him to their face, to destroy them: he will not be slack to him that hateth him, he will repay him to his face.
Dat is nogal duidelijk.
De tekst zegt niet simpelweg:
“Iedere nakomeling van Israël heeft automatisch, ongeacht zijn verhouding tot God, een onvoorwaardelijke aanspraak op Gods verbond.”
Nee.
God wordt hier beschreven als Degene die Zijn verbond en weldadigheid houdt met degenen die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.
En daar staat direct tegenover dat God degene die Hem haat zal vergelden.
Dus er is wel degelijk sprake van een voorwaarde aan de kant van de mens:
God liefhebben en Zijn geboden houden.
En dan komen we bij de kern van de discussie.
Als men vandaag zegt:
“De Joden zijn Gods volk en Gods verbond met hen is onvoorwaardelijk, ongeacht hun geloof of ongeloof”
dan moeten we ons afvragen:
Waar leert de Bijbel dat precies?
Want wanneer we naar het Nieuwe Testament gaan, wordt het nog interessanter.
Johannes 1:11
STV:
Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.
KJV:
He came unto his own, and his own received him not.
Als Jezus de beloofde Messias van Israël is, dan is de vraag dus niet alleen van welke afkomst iemand is.
De vraag is ook:
Wat doet iemand met Gods Messias?
Jezus zegt Zelf:
Johannes 8:42
STV:
Jezus dan zeide tot hen: Indien God uw Vader ware, zo zoudt gij Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan; en kom van daar; want Ik ben niet van Mijzelven gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden.
KJV:
Jesus said unto them, If God were your Father, ye would love me: for I proceeded forth and came from God; neither came I of myself, but he sent me.
En Paulus maakt vervolgens onderscheid tussen uiterlijke afkomst en wat het betekent om werkelijk tot Gods volk te behoren.
Romeinen 2:28 29
STV:
Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch die is de besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is;
Maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenis des harten, in den geest, niet in de letter, is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God.
KJV:
For he is not a Jew, which is one outwardly; neither is that circumcision, which is outward in the flesh:
But he is a Jew, which is one inwardly; and circumcision is that of the heart, in the spirit, and not in the letter; whose praise is not of men, but of God.
En dan zegt Paulus in Romeinen 9:6:
STV:
Doch ik zeg dit niet, alsof het Woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.
KJV:
Not as though the word of God hath taken none effect. For they are not all Israel, which are of Israel:
Dus mijn vraag is eigenlijk heel simpel:
Hoe kunnen wij zeggen dat er een absoluut onvoorwaardelijke belofte bestaat waardoor iedere Jood automatisch Gods volk blijft, ongeacht zijn verhouding tot God en Zijn Messias, wanneer de Bijbel zelf spreekt over hen die God liefhebben en Zijn geboden houden?
Dit gaat niet over haat tegen Joden.
Dit gaat over een Bijbelse vraag.
Als Jezus werkelijk de Messias is, Die door de God van Israël gezonden is, dan kan het toch niet irrelevant zijn of iemand Hem aanneemt of verwerpt?
Je kunt niet enerzijds zeggen:
“Gods verbond geldt omdat God trouw is.”
Dat klopt.
Maar vervolgens het tweede gedeelte van de tekst negeren:
“aan degenen, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.”
God is trouw.
Daar twijfel ik niet aan.
De vraag is:
Zijn wij dat ook?
En als Gods eigen Messias door iemand wordt verworpen, kunnen we dan werkelijk zeggen dat er helemaal geen enkele voorwaarde of verantwoordelijkheid meer bestaat aan de menselijke kant?