Na de oprichting van de staat Israël in 1948 maakten de leiders van de drie voornaamste ondergrondse en terroristische organisaties — de Haganah, de Irgun en de Lehi — de overstap van de gewapende strijd naar de parlementaire politiek. Leden en commandanten van al deze groepen kwamen terecht in het Israëlische parlement (de Knesset) en schopten het tot ministers, oppositieleiders en premiers.

1. Haganah (De mainstream ondergrondse strijdmacht)

De Haganah was de grootste ondergrondse organisatie en vertegenwoordigde de mainstream zionistische beweging onder leiding van David Ben-Gurion. De Britse autoriteiten beschouwden de organisatie als illegaal. Na de integratie van de Haganah in het nieuwe nationale leger (IDF) vormden haar vooraanstaande leiders decennialang de politieke bovenlaag van de linkse en centrumgerichte partijen in de Knesset (zoals Mapai en de Arbeidspartij).

  • David Ben-Gurion: Als politiek leider van de Yishuv en mede-oprichter van de Haganah werd hij de eerste premier van Israël en lid van de eerste Knesset.

  • Yitzhak Rabin: Begon als topcommandant in de Palmach (de elitetak van de Haganah). Hij werd later gekozen in de Knesset, diende als minister van Defensie en was gedurende twee periodes premier van Israël.

  • Shimon Peres & Yigal Allon: Beiden waren actief binnen de structuur van de Haganah/Palmach en dienden later tientallen jaren als vooraanstaande parlementsleden, ministers en (waarnemend) premiers.

2. Irgun / Etzel (De rechtse revisionistische afsplitsing)

De Irgun voerde een gewelddadige guerrilla- en aanslagenstrategie tegen het Britse bestuur en werd door de Britten, de VN en het bestuur van de Haganah als een terroristische organisatie beschouwd. Na de ontbinding van de groep transformeerde de leiding de beweging direct tot een democratische politieke partij.

  • Menachem Begin: Was van 1943 tot 1948 de leider van de Irgun. Na de opheffing opende hij een parlementaire loopbaan door de politieke partij Herut (Vrijheid) op te richten. Hij zat vanaf de eerste Knesset in 1949 in het parlement. Jarenlang voerde hij de oppositie aan, totdat hij in 1977 met zijn partijkartel Likud de verkiezingen won en de 6e premier van Israël werd.

  • Andere Irgun-kopstukken: Verschillende commandanten van de Irgun, zoals Ezer Weizman (later president van Israël) en Shmuel Katz, namen zitting in de Knesset voor rechts-georiënteerde partijen.

3. Lehi / Stern Gang (De extreem-radicale afsplitsing)

Lehi was de kleinste en meest radicale van de drie groepen, bekend om gericht politiek geweld en aanslagen. De groep werd door de Britten, de VN en de voorlopige Israëlische regering expliciet aangemerkt als een terroristische organisatie en kort na de oprichting van Israël buiten de wet gesteld. Desondanks maakten haar kopstukken later eveneens de overstap naar het parlement.

  • Yitzhak Shamir: Was een van de drie leiders die de leiding van Lehi overnam na de dood van oprichter Avraham Stern. Nadat hij jarenlang bij de geheimdienst (Mossad) had gewerkt, ging hij de politiek in voor de Likud-partij. Hij werd parlementslid, voorzitter van de Knesset (Speaker), minister van Buitenlandse Zaken en volgde in 1983 Menachem Begin op als de 7e premier van Israël.

  • Nathan Yellin-Mor: Een van de andere topmanagende leiders van Lehi. Hij richtte na de oorlog de 'Strijderslijst' (Reshimat HaLohamim) op en werd in 1949 direct gekozen in de Eerste Knesset.

De transformatie naar het parlement

De integratie van voormalige gewapende en terroristische organisaties in het politieke bestel veranderde het Israëlische parlementaire landschap ingrijpend. De spanningen die in de jaren '40 op het slagveld tussen de Haganah enerzijds en de Irgun en Lehi anderzijds bestonden, verschoven vanaf 1949 naar het debat in de zaal van de Knesset. De machtsstrijd tussen het linkse establishment (voortgekomen uit de Haganah) en de rechtse oppositie (voortgekomen uit de Irgun en Lehi) vormde zo gedurende de eerste decennia van de staat Israël de kern van de nationale politiek.

BIJBELS PERSPECTIEF: Politiek zionisme versus geloof

Veel christenen zien de stichting van Israël direct als een werk van God, maar gaan voorbij aan Bijbelse principes over ongeloof en gehoorzaamheid:

  • Geen toegang door ongeloof: In de woestijn mocht de eerste generatie Israëlieten het Beloofde Land niet binnengaan vanwege hun ongeloof en ongehoorzaamheid (Numeri 14, Hebreeën 3:19). Het land ontvangen was in de Schrift altijd gekoppeld aan geloof en verbondstrouw, niet aan menselijke macht of geweld.

  • Seculieren ideologie: De strijders van organisaties als de Haganah, Irgun en Lehi handelden niet uit Bijbels geloof, maar vanuit een seculier-nationalistische zionistische ideologie. Menselijk en politiek geweld strookt niet met hoe God volgens de Bijbel opereert.

  • Romeinen 9:6: De apostel Paulus benadrukt dat nationale of etnische afstamming niet automatisch gelijkstaat aan Godsvolk:

    • KJV: "For they are not all Israel, which are of Israel:"

    • SV: "Want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn."

Louter nationale afstamming of seculiere politiek maakt iemand volgens de Bijbel dus nog geen deel van het geestelijke Israël.