Gea67 11 Jul 2026, 18:39
De misdadiger aan het kruis had niets.
Geen doop.
Geen avondmaal.
Geen belijdenis.
Geen lidmaatschap van een kerk.
Geen zendingswerk.
Geen collecte.
Geen geestelijk cv.
Hij kon niet knielen — spijkers hielden hem vast.
Hij kon zijn handen niet opheffen in aanbidding.
Hij kon geen gebed fluisteren.
Hij kon niet naar een altaar lopen.
Hij hing daar: naakt.
Bloedend.
Veroordeeld.
Jezus nam zijn pijn niet weg.
Hij genas zijn lichaam niet.
Hij zweeg de spotters niet.
Hij haalde hem niet van het kruis.
Alles wat de misdadiger nog had,
was één laatste adem.
En die gebruikte hij om te zeggen:
“Heer, denk aan mij.”
En de bebloede Redder—
geslagen, bespot, stervend naast hem—
keek naar hem en zei:
“Heden zul je met Mij in het paradijs zijn.”
Geen theologie-opleiding.
Geen machtige preek.
Geen muziek.
Geen lichten.
Geen podium.
Geen prestaties.
Alleen een gebroken man,
naast de Zoon van God,
die simpel geloof fluisterde.
En dat was genoeg.
Hij geloofde.
Dat was alles.
Dat was genoeg.
Hij ging het paradijs binnen—
Niet om wat híj deed,
maar om Wie Jezus is.
De misdadiger zag in zijn laatste adem
wat religie vaak een leven lang vertroebelt:
Verlossing wordt niet verdiend.
Ze wordt gegeven.
Vrij.
Door Jezus alleen.
> “Want alzo lief heeft God de wereld gehad,
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat een ieder die in Hem gelooft,
niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”
Een misdadiger.
Een kruis.
Een Redder.
Een belofte.
En dat is genoeg.
📖 Johannes 3:15–18
“...opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden om de wereld te veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld...”