Gea67 7 Oct 2026, 09:57
Velen leven hun leven en zeggen:
“Het leven is een gok.”
Zij spreken over tijd alsof het toeval is,
over sterven alsof het een punt is
aan het einde van een zin.
“Als het mijn tijd is, dan is het mijn tijd.”
Maar achter die woorden
zit geen rust —
alleen uitstel.
Zij weten niet wat hierna komt
en durven het ook niet werkelijk te onderzoeken.
Daarom leven zij bij de dag.
Niet uit vrede,
maar uit vermijding.
Zij vullen hun dagen met alles wat beschikbaar is:
plezier, prestaties, prikkels, bezit.
Niet omdat het verzadigt,
maar omdat stilte confronteert.
Want in de stilte
spreekt de ziel vragen
die deze wereld niet kan beantwoorden.
En aan het einde —
na alles wat geprobeerd is,
na alles wat geproefd is —
blijft dezelfde leegte.
Dieper zelfs.
Zwaarder.
De Schrift spreekt zonder omwegen:
“Want alle vlees is als gras,
en al de heerlijkheid des mensen
als een bloem van het gras.
Het gras is verdord
en zijn bloem is afgevallen.”
— 1 Petrus 1:24 (SV)
Wat tijdelijk is, vergaat.
Wat sterfelijk is,
kan het eeuwige niet dragen.
Daarom waarschuwt de Schrift:
“Vergadert u geen schatten op de aarde,
waar mot en roest ze verderven
en waar dieven doorgraven en stelen;
maar vergadert u schatten in den hemel.”
— Mattheüs 6:19–20 (SV)
Geen mens kan zijn ziel verzadigen
met wat zelf vergaat.
Er is niets wat deze wereld kan bieden
dat de dood overstijgt,
schuld wegneemt,
of betekenis vastzet voorbij het graf.
Het leven is geen gok.
Het is een roeping.
En die roeping is:
in het reine te komen
met De Almachtige God.
En alleen Jezus Christus
verbindt het tijdelijke
met het eeuwige.
Wie Hem kent,
wordt misschien vergeten door de wereld —
maar niet door God.