Deze vraag duikt telkens weer op in gesprekken over geloof, en vaak wordt gedaan alsof je moet kiezen: óf God is soeverein, óf de mens heeft een vrije wil. Maar die tegenstelling klopt niet. Ze berust op een misverstand over wat soevereiniteit eigenlijk betekent.
Wat betekent soeverein?
Soeverein betekent dat iemand de hoogste macht en het hoogste gezag heeft, aan niemand verantwoording schuldig is en door niemand overheerst kan worden. Kijk naar ons eigen koningshuis: de koning is soeverein. Maar dat betekent niet dat hij elke handeling van elke burger bestuurt. Ik kan zelf kiezen of ik iets goeds doe voor mijn buurman — en daarmee tast ik de soevereiniteit van de koning op geen enkele manier aan. Zijn gezag staat los van mijn dagelijkse keuzes.
Zo is het ook met God. Zijn soevereiniteit betekent dat niets en niemand boven Hem staat, dat Zijn plan niet te dwarsbomen is en dat Hij het laatste woord heeft. Het betekent níet dat Hij elke menselijke keuze moet voorprogrammeren om God te kunnen zijn. Sterker nog: een God die ruimte kan geven aan werkelijk vrije schepselen en tóch Zijn doel bereikt, toont daarmee juist Zijn grootheid. Soevereiniteit en vrije wil sluiten elkaar niet uit — ze staan los van elkaar.
Het struikelblok in het calvinisme
Binnen het calvinisme is dit een groot struikelblok geworden. Daar wordt geleerd dat de mens "tot niets in staat" is: niet in staat om te kiezen, niet in staat om te geloven, niet in staat om Gods liefde te beantwoorden — tenzij God dat eerst in hem uitwerkt. Alles wat naar menselijke keuze riekt, wordt weggeredeneerd, want dat zou afbreuk doen aan Gods soevereiniteit.
Op het eerste gehoor klinkt dat heel vroom: alle eer aan God, niets aan de mens. Maar hier schuilt een vorm van schijnvroomheid in. Door de mens tot niets in staat te praten en Gods liefdevolle uitnodiging weg te redeneren, komt men nederig en godvrezend over — terwijl men intussen Gods eigen Woord tekortdoet. Vroomheid die de Bijbel moet overstemmen, is geen vroomheid.
Deze schijnvroomheid doet denken aan de schriftgeleerden en Farizeeën uit Mattheüs 23. Ook zij kwamen uiterst vroom en godsdienstig over, maar de Here Jezus doorzag hen en sprak: "Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij sluit het Koninkrijk der hemelen toe voor de mensen; immers, gij gaat er niet binnen en die trachten binnen te gaan, laat gij niet toe daarin te komen" (Mattheüs 23:13, NBG51). Dat is precies wat er gebeurt wanneer mensen wordt aangepraat dat zij niet kunnen komen, niet mogen kiezen en maar moeten afwachten of God hen soms uitverkoren heeft. Zo wordt het Koninkrijk — dat God wijd open heeft gezet — voor de mensen toegesloten. Niet uit vroomheid, maar door een leer die de uitnodiging van God krachteloos maakt. En nee, dat is geen hyper-calvinisme, dat is gewoon calvinisme in de kern, hyper of niet.
Maar Bijbels is het niet
De Bijbel staat vol met oproepen die alleen betekenis hebben als de mens werkelijk kan kiezen. "Kies dan heden wie u dienen zult" (Jozua 24:15). "Wie wil, laat hij het water des levens nemen om niet" (Openbaring 22:17). "Zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat" (Johannes 3:16). Een God die mensen oproept tot bekering terwijl Hij ze zelf onbekwaam gemaakt zou hebben om te reageren — dat is geen soevereine God, dat is een tegenstrijdige God. En dat beeld past niet bij de God van de Bijbel.
Gods liefde is juist dat Hij de mens serieus neemt. Hij nodigt uit, Hij klopt aan de deur (Openbaring 3:20), maar Hij trapt de deur niet in. De deur moet je zelf openen zodat Hij binnen kan komen. Niet de calvinistische logica dat Jezus aan de deur staat, dan via de achterdeur binnenkomt om voor Zichzelf de deur open te doen. Ja, dat klinkt inderdaad heel gek, maar dat is in een notendop wat calvinisme is..
Conclusie
God is soeverein — volkomen. En juist omdat Hij soeverein is, kan Hij de mens een vrije wil geven zonder dat Zijn plan ook maar een moment in gevaar komt. Wie de vrije wil wegredeneert om vroom over te komen, verdedigt niet Gods eer, maar een menselijk systeem. Laten we God groot houden zoals de Bijbel Hem toont: soeverein én liefdevol, met een uitnodiging die echt gemeend is — aan een mens die echt mag kiezen.
'Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen. Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd. '
De eerste brief van Paulus aan Timoteüs 2:3-6