Margje 21 Aug 2026, 07:22
In mijn vorige bericht schreef ik:
đđ» đđŒđčđŽ đđ¶đđČđ¶đ»đ±đČđčđ¶đ·đž đŽđČđČđ» đșđČđ»đ â đșđźđźđż đđČđđđ đđ”đżđ¶đđđđ.
Daar zou iemand terecht op kunnen reageren:
Maar Jezus was toch óók een mens?
đđź. đđŻđđŒđčđđđ.
De Bijbel leert dat Jezus Christus werkelijk mens geworden is.
Maar de Bijbel leert óók iets wat ontzettend belangrijk is:
đđČđđđ đđ”đżđ¶đđđđ đđźđ đ»đ¶đČđ đđčđČđ°đ”đđ đČđČđ» đșđČđ»đ.
Veel mensen zien Jezus als een historische religieuze figuur. Een wijs mens, een profeet of een bijzondere leraar, ongeveer in hetzelfde rijtje als andere bekende religieuze personen uit de geschiedenis.
Maar wanneer we de Schrift daadwerkelijk openen, krijgen we een totaal ander beeld.
De Bijbel presenteert Jezus niet slechts als iemand die ons iets over God kwam vertellen.
De Schrift openbaart Hem als đ±đČ đđŒđŒđ» đđźđ» đđŒđ±, đ”đČđ đđčđČđČđđŽđČđđŒđżđ±đČđ» đȘđŒđŒđżđ±, đđČđČđżđČ đČđ» đđŒđ±.
đđđđ§ đđ đŠđđđ„đđđ§ đđđđ đŠđŁđ„đđđđĄ
âIn den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.â
â Johannes 1:1
âEn het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoondâŠâ
â Johannes 1:14
Lees goed wat hier staat.
Niet dat een gewoon mens uiteindelijk God werd.
Maar dat đ”đČđ đȘđŒđŒđżđ±, đđźđ đđŒđ± đđźđ, đđčđČđČđ đŽđČđđŒđżđ±đČđ» đ¶đ.
đȘđđ„đđđđđđ đ đđĄđŠ
Jezus werd geboren.
Hij groeide op.
Hij at en dronk.
Hij werd moe.
Hij huilde.
Hij kende verdriet.
Hij leed.
Hij bloedde.
Hij stierf.
Zijn menselijkheid hoeven we dus helemaal niet te ontkennen.
âWaarom Hij in alles den broederen moest gelijk wordenâŠâ
â HebreeĂ«n 2:17
Jezus Christus werd werkelijk mens.
Maar daar houdt het Bijbelse getuigenis niet op.
đȘđđ„đđđđđđ đđąđ
Na de opstanding staat Thomas tegenover Jezus en zegt:
âMijn Heere en mijn God!â
â Johannes 20:28
Paulus schrijft:
âWant in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.â
â Kolossenzen 2:9
En over Christus:
âWant door Hem zijn alle dingen geschapenâŠâ
â Kolossenzen 1:16
Johannes zegt hetzelfde:
âAlle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.â
â Johannes 1:3
Denk daar eens over na.
đđčđčđČ đ±đ¶đ»đŽđČđ» đđ¶đ·đ» đ±đŒđŒđż đđČđș đŽđČđșđźđźđžđ.
Jezus wordt hier dus niet simpelweg tussen de andere geschapen dingen geplaatst.
De Schrift spreekt over Hem als đŠđ°đ”đČđœđœđČđż.
đđĄ đđđĄ đđđđ„đđâđĄ đâŠ
Dit gedeelte vind ik persoonlijk ontzettend indrukwekkend, juist omdat het zo duidelijk is en toch relatief weinig wordt aangehaald wanneer het over de Godheid van Christus gaat.
Eerst wordt onderscheid gemaakt tussen de engelen en de Zoon:
âWant tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn ZoonâŠâ
â HebreeĂ«n 1:5
Vervolgens lezen we:
ââŠEn dat alle engelen Gods Hem aanbidden.â
â HebreeĂ«n 1:6
Maar dan wordt het nog duidelijker:
âMaar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheidâŠâ
â HebreeĂ«n 1:8
Lees dat nog eens.
đ§đŒđ đ±đČđ» đđŒđŒđ»:
đšđ đđżđŒđŒđ», đŒ đđŒđ±âŠ
En enkele verzen later:
âEn: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen.â
â HebreeĂ«n 1:10
Hebreeën haalt hier woorden uit Psalm 102 aan, waar gesproken wordt over de HEERE, Zijn eeuwigheid en Zijn scheppingswerk.
En deze woorden worden hier gebruikt in het betoog over de Zoon.
De tegenstelling in Hebreeën 1 is indrukwekkend:
đđČ đČđ»đŽđČđčđČđ» đđ¶đ·đ» đ±đ¶đČđ»đźđżđČđ».
Maar over đ±đČ đđŒđŒđ» wordt gesproken als:
đđŒđ±.
đđČđČđżđČ.
đŠđ°đ”đČđœđœđČđż.
đđČđđđ¶đŽ.
Lees Hebreeën 1 vooral zelf eens helemaal.
đđđđšđŠ đȘđđŠ đđ„ đ©ĂĂđ„ đđđ„đđđđ
Jezus Zelf zegt:
âEer Abraham was, ben Ik.â
â Johannes 8:58
Niet:
Voordat Abraham leefde, werd Ik geboren.
Maar:
đđČđż đđŻđżđźđ”đźđș đđźđ, đđđĄ đđ.
Zijn toehoorders begrijpen dat dit geen gewone uitspraak is.
Direct daarna nemen zij stenen op om Hem te stenigen.
đđ đ đđŠđŠđđđŠ đȘđđ„đ đđ đ©đđđ đđđ„đđđ„ đđđĄđđđđąđĄđđđđ
Lang vóór de geboorte van Jezus lezen we:
âWant een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegevenâŠâ
En die Zoon wordt genoemd:
âSterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.â
â Jesaja 9:5
Micha spreekt over de Heerser Die uit Bethlehem zal voortkomen:
ââŠWiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.â
â Micha 5:1
En Jesaja schrijft over de lijdende Knecht:
âMaar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeldâŠâ
â Jesaja 53:5
đđĄ đđ đđđđđđ đđđđ?
De Bijbel is geen enkel boek dat op één moment is geschreven, maar een verzameling geschriften die over vele eeuwen tot stand kwam.
De protestantse Bijbel telt 66 boeken:
39 in het Oude Testament.
27 in het Nieuwe Testament.
De oorspronkelijke teksten zijn hoofdzakelijk geschreven in Hebreeuws, Aramees en Grieks, door ongeveer 40 menselijke schrijvers.
En toch loopt er door al die verschillende boeken één opmerkelijke doorgaande lijn:
Schepping.
Zondeval.
Belofte.
Verlossing.
Messias.
Christus.
Kruis.
Opstanding.
Herstel.
Een lijn die uiteindelijk wijst naar đđ”đżđ¶đđđđ đČđ» đđŒđ±đ đđČđżđčđŒđđđ¶đ»đŽđđœđčđźđ».
đ đđđ„ đȘđđ đŠđđđ„đđđ đđ đđđđđđ đđđĄ?
Mensen hielden de pen vast. Hun verschillende schrijfstijlen en achtergronden zijn ook in de Bijbel herkenbaar.
Maar de Schrift zegt over haar uiteindelijke oorsprong:
âAl de Schrift is van God ingegevenâŠâ
â 2 TimotheĂŒs 3:16
En:
ââŠde heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.â
â 2 Petrus 1:21
Dat is de claim die de Bijbel zelf maakt.
Daarom geloven wij niet dat de Schrift slechts een verzameling menselijke religieuze gedachten is.
đđŒđ± đ”đČđČđłđ đŽđČđđœđżđŒđžđČđ» đ±đŒđŒđż đșđČđ»đđČđ» đ”đČđČđ».
đđđđ„đąđ đđąđ đđ đ§đđ„đšđ đąđŁ đ đđđĄ đ©đąđ„đđđ đđđĄ:
đđ» đđŒđčđŽ đđ¶đđČđ¶đ»đ±đČđčđ¶đ·đž đŽđČđČđ» đșđČđ»đ â đșđźđźđż đđČđđđ đđ”đżđ¶đđđđ.
Daarmee bedoel ik absoluut niet:
Jezus was geen mens.
Integendeel.
đđ¶đ· đđČđżđ± đđČđżđžđČđčđ¶đ·đž đșđČđ»đ.
Maar Hij is volgens de Schrift đ»đ¶đČđ đđčđČđ°đ”đđ đČđČđ» đșđČđ»đ.
Dat maakt het verschil.
Een voorganger kan dwalen.
Een prediker kan vallen.
Een kerkgenootschap kan dwalen.
Een christelijke schrijver kan zich vergissen.
đđž đžđźđ» đșđ¶đ· đđČđżđŽđ¶đđđČđ».
Daarom mag ons geloof uiteindelijk nooit rusten op de autoriteit van een mens.
Zelfs Paulus schreef:
âWeest mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus.â
â 1 Korinthe 11:1
Uiteindelijk wijst alles voorbij de mens:
đ»đźđźđż đđ”đżđ¶đđđđ.
đđšđŠ đȘđđ đđŠ đđđđšđŠ?
Volgens de Schrift is Hij niet zomaar één religieuze leraar tussen vele anderen.
Hij is:
đđČđ đȘđŒđŒđżđ± đđźđ đđčđČđČđ đŽđČđđŒđżđ±đČđ» đ¶đ.
â Johannes 1:1, 14
đđČ đđŒđŒđ» đđźđ» đđŒđ±.
â MattheĂŒs 16:16; Johannes 20:31
đđČ đŠđ°đ”đČđœđœđČđż đ±đŒđŒđż đȘđ¶đČ đźđčđčđČ đ±đ¶đ»đŽđČđ» đŽđČđșđźđźđžđ đđ¶đ·đ».
â Johannes 1:3; Kolossenzen 1:16
đđČđ đđźđș đđŒđ±đ đđźđ đ±đČ đđŒđ»đ±đČ đ±đČđż đđČđżđČđčđ± đđČđŽđ»đČđČđșđ.
â Johannes 1:29
đđČ đŽđŒđČđ±đČ đđČđżđ±đČđż.
â Johannes 10:11
đđČ đȘđČđŽ, đ±đČ đȘđźđźđżđ”đČđ¶đ± đČđ» đ”đČđ đđČđđČđ».
â Johannes 14:6
đđČ đąđœđđđźđ»đ±đ¶đ»đŽ đČđ» đ”đČđ đđČđđČđ».
â Johannes 11:25
đđČđČđżđČ đČđ» đđŒđ±.
â Johannes 20:28
đđŒđ»đ¶đ»đŽ đ±đČđż đžđŒđ»đ¶đ»đŽđČđ» đČđ» đđČđČđżđČ đ±đČđż đ”đČđżđČđ».
â Openbaring 19:16
Daarom is de belangrijkste vraag uiteindelijk niet:
Wat vind ik van Jezus?
Maar:
đȘđ¶đČ đ¶đ đđČđđđ đđ”đżđ¶đđđđ đđČđżđžđČđčđ¶đ·đž?
En neem daarvoor mijn woorden niet zomaar aan.
Neem de woorden van een voorganger niet zomaar aan.
Neem de woorden van een kerk niet zomaar aan.
đąđ»đ±đČđżđđŒđČđž đ”đČđ đđČđčđł đ¶đ» đ±đČ đŠđ°đ”đżđ¶đłđ.
Open Johannes 1.
Lees Johannes 8.
Lees Kolossenzen 1.
Lees Hebreeën 1.
Lees Jesaja 53.
En vraag uzelf vervolgens eerlijk af:
đąđđČđż đȘđ¶đČ đčđČđČđ đ¶đž đ”đ¶đČđż đČđ¶đŽđČđ»đčđ¶đ·đž?
Want als de Schrift waar is, hebben we hier niet te maken met zomaar een mens uit de geschiedenis.
Dan hebben we te maken met Hem over Wie geschreven staat:
âJezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid.â
â HebreeĂ«n 13:8
đąđ»đ±đČđżđđŒđČđž đ±đČ đŠđ°đ”đżđ¶đłđđČđ».
đąđ»đ±đČđżđđŒđČđž đȘđ¶đČ đđ”đżđ¶đđđđ đ¶đ.
đđ» đđŒđčđŽ đđ¶đđČđ¶đ»đ±đČđčđ¶đ·đž đŽđČđČđ» đșđČđ»đ â đșđźđźđż đđČđș.
Groet, Richard