Gea67 14 Aug 2026, 15:40
ZOMAAR EEN OVERDENKING — OVER GASTVRIJHEID EN WAT WE VERLOREN ZIJN
Over gastvrijheid gesproken...
Wat vroeger heel normaal werd gevonden, lijkt in veel delen van ons land steeds minder vanzelfsprekend te worden.
Even helpen. Tijd voor elkaar maken. Iets voor een ander doen zonder meteen te bedenken wat het oplevert. Een deur die openstaat zonder afspraak of verwachting.
Waar ik momenteel verblijf, merk ik hoe anders dat ook kan.
Mensen staan hier voor je klaar. Voor iets kleins, maar net zo goed voor iets groots. Ze maken tijd, helpen wanneer dat nodig is en verwachten daar vaak helemaal niets voor terug. Veel gaat gewoon op goed vertrouwen.
En eerlijk gezegd was dat voor mij bijna een kleine cultuurshock.
Niet omdat het zo bijzonder zou moeten zijn, maar juist omdat het vroeger helemaal niet zo bijzonder was.
Het deed mij beseffen hoeveel wij misschien verloren zijn.
Mijn ervaring van de laatste jaren thuis is helaas vaak: voor wat hoort wat. Alles krijgt bijna een prijskaartje. Tijd, hulp, aandacht — soms lijkt zelfs vriendschap ongemerkt een soort ruilhandel te worden.
Men vraagt hoe het met je gaat, maar voordat je antwoord hebt gegeven komt soms al de vraag of je nog even iets kunt doen.
En ja, ik heb daar persoonlijk steeds meer afstand van genomen.
Niet uit bitterheid, maar omdat ik niet wil leven vanuit de gedachte: wat krijg ik ervoor terug?
Hier merk ik opnieuw hoe bevrijdend het is wanneer mensen gewoon iets voor elkaar doen. Wanneer niet alles wordt bijgehouden. Wanneer een dienst werkelijk een dienst mag zijn. Sterker nog: wanneer je iets wilt betalen, kijken ze je soms vreemd aan.
Het leeft eenvoudiger.
Vrijer.
Gemoedelijker.
En juist daarin moest ik denken aan Gods Woord.
“Vergeet de herbergzaamheid niet; want hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd.”
— Hebreeën 13:2
En ook:
“Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden.”
— Johannes 15:13
De Bijbel leert ons niet voortdurend te rekenen wat een ander ons verschuldigd is. Zij leert ons dienen, geven, gastvrij zijn en naar elkaar omzien.
Niet om er zelf beter van te worden.
Niet omdat de ander later iets terug kan doen.
Maar vanuit liefde.
Misschien is dát wel één van de stille tekenen van verharding in onze tijd: dat belangeloze goedheid ons vreemd begint voor te komen.
Dat we verbaasd raken wanneer iemand gewoon helpt.
Dat we achter vriendelijkheid bijna automatisch een tegenprestatie zoeken.
En misschien zegt dat meer over onze samenleving dan we willen toegeven.
De afgelopen jaren hebben mij persoonlijk geleerd om mijn verwachting uiteindelijk niet op mensen te bouwen. Mensen kunnen teleurstellen. Vriendschappen kunnen oppervlakkig blijken en banden kunnen verdwijnen zodra er niets meer te halen valt.
Maar God verandert niet.
“Het is beter tot den HEERE toevlucht te nemen, dan op den mens te vertrouwen.”
— Psalm 118:8
Dat betekent niet dat wij mensen niet nodig hebben of geen vriendschappen mogen koesteren. Integendeel. Juist daarom mogen wij zelf proberen die vriend te zijn die niet rekent, niet bijhoudt en niet voortdurend vraagt: wat krijg ik ervoor terug?
Misschien moeten we sommige oude dingen helemaal niet moderniseren.
Een open deur.
Een helpende hand.
Tijd voor elkaar.
Een maaltijd delen.
Iemand helpen zonder rekening achteraf.
Gewoon omdat het kan.
Gewoon omdat de ander onze naaste is.
En misschien is ware rijkdom wel datgene wat geen prijskaartje nodig heeft.