De naam Jehovah's Getuigen spreekt volgens christelijke exegese direct tegen wat de Bijbel leert over de identiteit van Jezus en de aard van het Nieuwe Verbond. Hier zijn de drie belangrijkste Bijbelse argumenten voor:
1. Wie moeten we getuigen van zijn?
In de Bijbel geeft Jezus expliciet de opdracht om van Hem getuigen te zijn, niet van de Vader onder de naam Jehovah.
Handelingen 1:8 "Maar jullie zullen kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over jullie komt, en jullie zullen mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot aan de uiterste einden van de aarde."
Jezus plaatst Hier Zichzelf in het middelpunt van de getuigenis. Door de naam "Jehovah's Getuigen" te dragen, wordt de focus verlegd van Jezus naar de Vader, wat indruist tegen Jezus' eigen opdracht.
2. Het Oude versus het Nieuwe Verbond
De naam "Jehovah" is onlosmakelijk verbonden met het Oude Testament en het Oude Verbond (het verbond op de stenen tafelen). De Bijbel leert echter dat dit verbond voorbij is en is vervangen door een oneindig veel beter verbond in Christus.
Hebreeën 7:22 "Daarom is Jezus ook de waarborg geworden van een des te beter verbond."
Hebreeën 8:13 "Door te spreken van een nieuw verbond, heeft Hij het eerste verouderd. Wat verouderd is en ouder wordt, is nabij de ondergang."
Door vast te houden aan een naam die specifiek teruggrijpt op het Oude Verbond, negeert men de vervulling en de centrale plaats die Jezus inneemt in het Nieuwe Verbond.
Conclusie
Jezus is de borg van het Nieuwe Verbond en Hij eist op dat wij Zijn getuigen zijn. Jezelf vernoemen naar de Vader ("Jehovah") in plaats van de Zoon ("Jezus") ontkent niet alleen de unieke goddelijke positie van Jezus als Degene van wie wij getuigen moeten zijn, maar botst ook direct met de instructies uit het Nieuwe Testament.