Een bekend en veelbesproken voorbeeld hiervan vinden we in Romeinen 9:13:
“Gelijk geschreven staat: Jakob heb Ik liefgehad, maar Esau heb Ik gehaat.”
Veel mensen proberen deze vers te verzachten door te stellen dat het hier niet om personen gaat, maar om volkeren. Maar als dat zo is, maakt dat de reikwijdte alleen maar groter: het gaat dan immers om nóg meer mensen.
Dat God kan haten, zien we op meerdere plekken in de Schrift terug. Denk aan:
Spreuken 6:16 — “Deze zes dingen haat de HEERE, ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel…”
Openbaring 2:6 — “Maar dit hebt u voor op anderen, dat u de werken van de Nikolaïeten haat, die Ik ook haat.”
Haat is in de kern geen puur menselijke uitvinding, maar een emotie die wij weerspiegelen vanuit ons geschapen zijn naar Gods beeld. God kan haten en toornig zijn, maar in tegenstelling tot menselijke haat is Zijn haat nooit willekeurig of kwaadaardig — Zijn haat is altijd volmaakt rechtvaardig en gericht tegen de zonde.